Blik op het Noordenveld


De weg Lhee - Kraloo loopt nu nog door het voormalig landbouwgebied Noordenveld, maar als onderdeel van het project Inrichting Dwingelderveld gaat de aanblik hier in de komende jaren ingrijpend veranderen. Na het afgraven van de voedselrijke toplaag komt op het oorspronkelijke, heel lichte reliëf de heide weer terug. En uit de vrijkomende grond verrijst langs de A28 een geluidswal die ondanks alle autoverkeer de grote heide weer stiller maakt. Het klinkt heel eenvoudig allemaal, maar voor Auke Boersma – de adviseur die namens het Overlegorgaan de inrichting van het gebied voorbereidt – zijn het zeker geen ingrepen van het type ‘grote stappen, gauw thuis’. De kern van het werk ligt in de Europese bestemming van het Dwingelderveld tot Natura 2000 gebied. Die bestemming geeft voor het beheer en de inrichting een einddoel aan, maar dat is alleen te bereiken in een geduldig proces van wikken en wegen.

Als je weet wat je wilt, dan kun je toch gewoon aan de slag gaan?

“Dat lijkt maar zo. Als je op hoofdlijnen weet wat je wilt, zijn niet automatisch alle details helder. We willen inderdaad verrijkte landbouwgrond afvoeren, we willen die grond zo dicht mogelijk in de buurt kwijt en ja, we willen inderdaad een geluidswal. Maar juist dit stuk van de A28 is met veel zorg en inbreng van landschapsarchitecten vorm gegeven. Zo’n mooie aankleding van de weg – denk aan die brede halfopen middenberm – vind je nergens anders. Een geluidswal kan en mag hier dus nooit de vorm krijgen van een strak, kaal dijklichaam dat de indruk wekt dat er een bedrijventerrein achter verscholen ligt. Nee, daar zijn we nog lang niet uit. Maar het resultaat dat we met de wal willen bereiken is wel duidelijk: stiltewinst in een groot deel van het Nationaal Park, voor de natuur en voor wie er fietst of wandelt.

Wat betekent dat voor het Noordenveld. De plannen zijn toch afgraven en dat open en weidse heidelandschap terug?

5a8aa72b0c5fdbb0787ebb6ae40df420“We willen inderdaad het Noordenveld weer onderdeel uit laten maken van het open heidegebied. Daarmee vergroten we de draagkracht van het hele systeem, geven we de vereiste ruimte aan flora en fauna. Maar dat doe je natuurlijk niet door met een shovel en een motorzaag langs te komen om in een paar dagen een eeuw ontginningsgeschiedenis uit te vlakken. Er liggen heel wat keuzeproblemen die we zorgvuldig gaan benaderen en afwegen. Denk maar aan die laanbeplanting, ruim zeshonderd eiken van tachtig of negentig jaar oud. Of neem tussen de percelen de braamstruwelen waar de grauwe klauwier thuis is. De bomen en struiken die verdwenen boerderijen markeren, of de historische grens waar – in de tijd dat het Dwingelderveld nog gewoon ‘woeste grond’ heette – de ontginning stopte. Tussen al die waarden en de opdracht om tot een gevarieerd open heidegebied te komen zoeken we doorlopend naar een evenwicht.”

Maar als je moet kiezen, dan kies je toch altijd voor het ene of voor het andere?

“Het open karakter en de weidsheid kun je ook benadrukken met wat je in die openheid als waardevolle begroeiing laat staan. Met wat je behoudt accentueer je juist kleine bosjes, solitaire bomen, singels of boomrijen. We zitten in een proces waarin we met heel verschillende invalshoeken rekening houden. Ook bij het plan om dit gebied open te maken en bij de rest van de heide te betrekken gaan we uit van gelaagdheid. Mensen kunnen op heel verschillende manieren naar dit gebied kijken. Ze komen daardoor ook tot heel verschillende afwegingen van wat er karakteristiek of waardevol is. Als ze elk vanuit hun eigen optiek een gebiedskaart maken met hun meest waardevolle begroeiing, kun je die kaarten als transparanten op elkaar leggen. Ik kan zo al vijf lagen aangeven die we in onze afwegingen meenemen.

  • Onze beheerders van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer maakten een kaart met alle karakteristieke of fraai ontwikkelde bomen, boomgroepen en landschapselementen.
  • In het gebied liggen tal van historische grenslijnen, een lijn die de overgang van de ontginning naar de heide markeert en sporen van enkele verdwenen boerderijen. Om die ook in de toekomst herkenbaar te houden, kregen we suggesties voor te sparen bomen, boomgroepen en onderdelen van de laanbeplanting.
  • De geheimzinnigheid van de heide, het gevoel van een groter geheel, kreeg zijn weerslag in een bijdrage met een visie op de aardstralen en energiebanen. Ook die bevatte heel concrete adviezen over de te behouden beplanting.
  • Van de struwelen, bomen en singels is het ecologisch belang aangegeven als trekroute voor salamanders en foeragerende vleermuizen en als zangpost voor vogels.
  • Er ligt zelfs al een inventarisatie van alle bomen met holtes en spleten en er loopt een onderzoek naar mogelijk door vleermuizen bewoonde bomen.”

Leiden al die meningen juist niet tot meer onduidelijkheid?

“Al die lagen leggen we op elkaar. Dan blijft onze opdracht om openheid en landschappelijke samenhang te krijgen, maar we kunnen dan voor elke boom en struik in het gebied een verantwoorde afweging maken. Door die gelaagde aanpak zie je geen waarden over het hoofd. En je merkt dat er in al die verschillende visies veel overeenstemming, overlap zit. Er komt in ieder geval een breed afgewogen plan ter visie te liggen, waarschijnlijk al aan het eind van dit jaar. De bomen die we in het Noordenveld kwijtraken zouden we graag op een andere plek in de gemeente Westerveld willen compenseren. Op een landschappelijk verantwoorde locatie uiteraard. We staan open voor suggesties voor een plek waar nieuwe laanbeplanting met eiken passend is. Liefst in relatie met, of in de buurt van het Nationaal Park. En lukt dat niet, dan staan we open voor iedere vorm van landschappelijke inrichting met bomen. Met kwaliteit, duurzaam en als een waardevolle toevoeging in de regio.”