Uitrijden van plagsel versnelt heideontwikkeling


Herstel van de heide is het doel van de herinrichting van het Noordenveld. Afgraven van de toplaag vol voedingsstoffen uit de landbouw is daarvoor noodzakelijk, want heide ontwikkelt zich alleen op een voedselarme bodem. Maar een snelle terugkeer van de heide is niet gegarandeerd, leert de ervaring uit andere projecten. Om het proces te versnellen is besloten plagsel uit de aangrenzende heide over de kale bodem te verspreiden. In het najaar van 2011 is dat voor het eerst gedaan en daarvan zijn nu de eerste resultaten zichtbaar.

2013-1-uitrijden-plagsel

Ervaringen uit andere gebieden leren dat in de bodemlagen die blootgelegd worden bij het afgraven, nauwelijks kiemkrachtig heidezaad aanwezig is. De herovering van het terrein door de heide is dus geheel afhankelijk van de verspreiding van verse zaden uit de directe omgeving. Maar de zaden van de meeste soorten planten van de heide komen niet verder dan enkele meters van de moederplant. Dat betekent dat het tientallen jaren zou duren voordat het Noordenveld bedekt is met een dichte heidevegetatie. Om de ontwikkeling te versnellen is er in het Dwingelderveld voor gekozen om plaggen afkomstig van aangrenzende heidedelen te verspreiden. Nu is heidebegroeiing niet overal eender. In natte heide groeien andere planten dan op droge. Zo is dophei de overheersende heideplant in natte heide; in droge heide is dat struikhei. Daarom zijn er verschillende typen plagsel onderscheiden en heeft elk deel van het terrein het bijpassende type plagsel ontvangen. Rondom de vennen en in de toekomstige slenken is plagsel met veel veenmos verspreid.

Eerste effecten

2013-1-uitrijden-kiemen-dopheide

Het plagsel is verspreid met een trekker met mestverspreider. In oktober 2011 zijn de terreindelen 'bestrooid' die op dat moment afgegraven waren. Een jaar later zijn de eerste effecten daarvan te zien. Van diverse kenmerkende heidesoorten worden jonge kiemplanten gevonden. Uiteraard zijn struikhei en dophei daarbij. Maar ook soorten als zonnedauw, blauwe zegge en trekrus zijn in grote aantallen gekiemd. Tormentil en stekelbrem blijken hier en daar present en van witte snavelzegge is een enkel plantje gevonden. Het effect van het verspreiden van plagsel verschilt sterk van plaats tot plaats. Op de ene plek zijn heidesoorten massaal gekiemd, terwijl er op de andere nog geen heideplant te bekennen is. Dit past prima in het streven om een afwisselend heideterrein te ontwikkelen met variatie in soortensamenstelling, dichtheid en hoogte van de begroeiing. In oktober 2012 is opnieuw plagsel verspreid over de terreindelen die in het tussenliggende jaar zijn afgegraven. De laatste terreindelen komen in 2013 aan de beurt.