In drie weken ruim 7000 soorten geteld in Nederlandse Nationale Parken
Van 9 tot en met 31 mei konden bezoekers aan de 22 nationale parken in Nederland planten en dieren tellen tijdens de Nationale Parken Soorten Challenge 2026. Ongeveer 15.000 waarnemers deden bijna 482.000 waarnemingen en telden ruim 7.000 soorten. Deze aantallen geven niet alleen de rijkdom van de meest karakteristieke natuurgebieden van ons land weer, maar laten ook zien dat we jong en oud enthousiast kunnen maken om naar buiten te gaan om de natuur te ontdekken.
Bezoekers zochten alleen of samen met boswachters, gidsen en andere natuurliefhebbers naar planten en dieren in de nationale parken. Daarbij gebruikten ze de app ObsIdentify en Waarneming.nl. De Soorten Challenge vond plaats in de weken rond 24 mei: de jaarlijkse Dag van het Nationaal Park. De parken organiseerden in deze periode samen meer dan 80 activiteiten voor het beleven, ontdekken en waarderen van de natuur.
Waarnemingen
In vergelijking met de Soorten Challenge 2025 wisten de nationale parken dit jaar bijna het dubbele aantal waarnemers te bereiken. Het leverde dit jaar bijna 300.000 meer waarnemingen en 2.000 meer soorten. In alle nationale parken zijn vogelsoorten het meest geteld; zo werd in De Maasduinen 852 keer de Wielewaal geteld, in de Weerribben Wieden 287 keer de purperreiger, in De Oosterschelde 189 keer de kluut en in de Drentsche Aa 218 keer de geelgors. Waarnemers hebben hun eigen voorkeuren en meerdere personen kunnen dezelfde soort tellen en doorgeven. Het volledige soortenoverzicht per nationaal park staat op: Nationale Parken Soorten Challenge 2026 - Waarneming.nl
Waarnemingen in Nationaal Park Dwingelderveld
In Nationaal Park Dwingelderveld zijn 429 waarnemers aan de slag geweest. Zij hebben in totaal 901 verschillende soorten gespot. Een bijzondere soort die gezien is, is de heidebommel (Bombus humilis). Deze soort komt voor in grote uitgestrekte natte heidegebieden. Waarnemingen zijn schaars en de heidehommel staat in Nederland te boek als ernstig bedreigd. Nationaal park Dwingelderveld is daarom een zeer belangrijk gebied voor de heidehommel.
Hommels zijn in groepjes te verdelen zodat de herkenning wat gemakkelijk gaat. Zo hebben we de witkonten, roodkonten en de bruinruggen. De heidehommel valt in de groep bruinruggen. De rug van de heidehommels is prachtig oranjebruin en ze heeft geen zwarte haren op het achterlijf. Andere hommelsoorten concurreren dit nederige hommeltje al snel weg. Door een bovengronds nest te maken kan de heidehommel leven in gebieden waar geen of weinig andere hommelsoorten leven. Want de meeste andere hommelsoorten bouwen hun nest ondergronds. De koninginnen worden erg laat wakker uit hun winterslaap en kunnen in juni nog opzoek zijn naar een nestplek. Hierdoor vliegen ze vrij laat en dat valt precies samen met de bloeitijd van hun favoriete bron van nectar en stuifmeel, namelijk dopheide. Daarnaast hebben ze dan minder concurrentie van de andere hommelsoorten die overwegend vroeger in het jaar vliegen.